27 oktober – 2 november, 303 kilometer, 2718 hoogtemeters

We hebben de afgelopen maanden (en tijdens voorgaande tochten) gemerkt dat we in onze fietskleding of op onze fietsen erg de aandacht trekken. Waar we ook komen, we hebben vrijwel meteen aanspraak. In het begin hebben we ons erg afgevraagd waaróm mensen zo nieuwsgierig naar ons verhaal zijn. Reizen op de fiets is voor ons zo normaal geworden, dat we ons niet meer realiseerden dat het voor anderen bijzonder is.

Maar het grappige en frappante is dat we, zodra we zijn omgekleed, meteen veel minder aanspraak hebben. Sterker nog, dezelfde mensen die ons eerder aanspraken herkennen ons soms zelfs niet meer.

Ook daarover vroegen we ons af hoe dat kwam. We hebben veel andere fietsers gesproken met dezelfde ervaringen. Met hen zijn we unaniem tot de conclusie gekomen dat wij, fietsreizigers, een “exotisch soort” zijn, een uitzondering in de massa. Met onze strakke pakjes en beladen fietsen. Laten we ons in grote getale vermenigvuldigen en nooit uitsterven.

Dag 141: Rustdag in Oristano

Als we een hotel boeken, nemen we meestal geen ontbijt erbij om de kosten te drukken. Dit keer kon dat niet en daar zijn we héél blij mee. Het ontbijtbuffet is namelijk zo groot en uitgebreid. En dat komt goed uit want we zijn nu alweer hongerig dus sorry andere hotelgasten, maar wij eten het buffet leeg.

Na het ontbijt gaan we op zoek naar een sportwinkel en die vinden we, alleen hebben ze niet wat we zoeken. Onder het genot van heerlijk Italiaans ijs lopen we terug de oude stad in. We lopen door de straten en bekijken de dom.

Terug bij het hotel vragen we waar we onze fietsen kunnen poetsen. Dat kan voor de garage, waar we de tuinslang kunnen gebruiken. We krijgen zelfs oude hotelhanddoeken om de fietsen mee af te doen en te drogen (zo attent!).

Daarna is het tijd voor siësta. De rest van de middag besteden we aan lezen, schrijven en zonnen.

‘s Avonds eten we alsnog een pizza bij de beste pizzeria van Oristano (of misschien wel van heel Sardinië) en we proeven Mirto, echt Sardijnse likeur. Daarna is het tijd om naar bed te gaan.

Dag 142: Oristano – Bosa

66 kilometer, 773 hoogtemeters

Ook vanochtend weten we ons goed te vullen met al het ontbijtbuffet. Mag ook wel, want we gaan weer fietsen. We zwaaien de lieve receptionisten uit en rijden Oristano uit. Dat is niet zo makkelijk als het klinkt, want we belanden eerst op de snelweg, daarna belanden we onnodig op een bizar steil viaduct en dan pas zijn we toch echt de stad uit.

Het eerste stuk is een doorgaande weg, niet bijzonder, wel heel druk. Iedereen weet dat lange rechte wegen iets losmaakt in De Automobilist. Het is alsof we op een Formule 1-circuit beland, zo hard scheuren de auto’s langs ons. Dan scheurt er opeens ook een wielrenner langs ons, hij ontsnapt echter niet zomaar aan ons. Andreas herkent namelijk aan zijn fiets en tenue dat hij een Zwitser is, dus moet er een praatje gemaakt worden (wij Nederlanders kunnen nog wat leren daarvan). De fietser heet Peter en hij fietst een aantal kilometer met ons mee. Hij vergeet duidelijk dat wij zwaardere fietsen hebben want hij racet ervandoor en met moeite houden we hem bij. Voordat ie ons helemaal kan uitputten slaat hij af.

Inmiddels leidt de doorgaande weg ons door mooier gebied: langs de ruige kust en door groene velden. Jammer genoeg zit het groen naast de weg vol doornen en op een gegeven moment moeten we een pitstop maken omdat Irene’s achterband is lekgeprikt (voor het eerst sinds de nieuwe banden in Oostenrijk, driewerf hoera voor Kamu en Schwalbe!). Terwijl de auto’s langs ons razen vervangen we de lekke binnenband in een handomdraai en vervolgen dan de route. We worden van de drukke weg geleid en belanden op geweldige weggetjes door de olijfboomgaarden. Die leiden ons weer naar beneden, terug naar de kust.

We vinden een lunchplek op de rotsen aan zee. We eten genoeg voor de komende klim en houden dan een korte siësta als mentale voorbereiding. Aan de voet van de berg slaan we nog wat extra water in, mochten we een mooie kampeerplek in de bergen vinden.

En die mooie kampeerplek vinden we. Zelfs nog voor we de bergen in rijden. Vanaf de eerste haarspeldbocht zien we een prachtige camping aan zee liggen. We weten dat de komende kilometers vooral rotsachtig en ruig zullen worden, dus we nemen geen risico en fietsen terug. De camping blijkt zo relaxed te zijn als ie er van verre al uitzag. Zo relaxed zelfs dat er geen receptie is. Na wat navraag te doen bij andere campinggasten zetten we onze tent op. Vlak aan zee. Niet veel later komt de eigenaar langs en voor 10 euro mogen we met z’n drieën kamperen (goedkoopste camping tot nu toe!).

Als de tent staat nemen we een duik in de heldere zee. Het water is koel en we blijven net zo lang zwemmen tot we alle vissen hebben gezien (en tot we bibberen). Na een warme douche scoren we een biertje bij één van de Zwitserse campinggasten (ze zitten echt overal!!!) en genieten dan van de ondergaande zon. In het donker koken we ons avondmaal op de rotsen. Heerlijk met het ruisen van de zee op de achtergrond.

Voor het slapengaan overwegen we nog te verplaatsen naar het strand, maar er steekt een windje op dus we blijven waar we zijn. Beschut achter de bosjes.

Dag 143: Bosa – Porto Torres

79 kilometer, 919 hoogtemeters

De bergen die we gister niet in zijn gegaan liggen nog braaf op ons te wachten. Na een rustige start van de dag beginnen we meteen met klimmen. We rijden over geweldige wegen – eerst door de bergen dan weer langs de zee.

Onderweg maken we meerdere stops om bijzondere vogels te spotten. Zo zien we onder andere een zwerm gieren boven ons hangen! Volgens onze kenner, Andreas, heel bijzonder dat we die zien.

Uiteindelijk leidt de weg ons naar één van de grotere steden op Sardinië, Alghero. In Alghero nemen we afscheid van Andreas en de geweldige tijd met z’n drieën. Dat kan niet beter dan met een traditionele lunch op een bankje én natuurlijk met typisch Sardijns gebak.

Even later is het weer even wennen om met z’n tweeën te fietsen (we missen je plas- en vogelspotstops nu al, Andreas ;-)). Het laatste stuk van Alghero naar Porto Torres is ook nog eens vreselijk saai over een rechte, drukke weg door industrieel gebied. Het voordeel ervan is dat we hard kunnen doorfietsen en er dus ook weer snel vanaf zijn.

Eenmaal in Porto Torres komen we aan bij ons bed & breakfast, wat één van de vele onpersoonlijke accomodaties blijkt te zijn (je weet wel, van die huisjesmelkers die zelf tien kilometer verderop wonen en dan maar een goedkoop in plastic verpakt ontbijt voor je klaarzetten). Gelukkig is de locatie goed én het bed is zelfs geweldig. Morgen moeten we vroeg op, dus een goede nachtrust is gewenst.

Voor we gaan slapen doen we boodschappen voor de bootreis naar Barcelona, we eten een salade op het balkon en maken alvast koffie voor morgenochtend (kan het nog Nederlandser?). Daarna is het bedtijd.

Dag 144: Een verplichte rustdag op de boot

De wekker gaat vroeg. Heel vroeg. Half 4 ’s ochtends om precies te zijn. Met slaperige ogen brengen we al onze bagage en fietsen naar beneden. We leren Porto Torres op z’n stilst en z’n donkerst kennen. We fietsen een paar kilometer over verlaten, onverlichte wegen die ons de haven in leiden. Het is zelfs zo stil dat we even denken verkeerd gefietst te zijn. Dat blijkt gelukkig niet het geval. Wat wel het geval blijkt: we zijn gewoon in Italië en dus is iedereen en alles te laat (behalve wij dus). Op de tickets staat dat we er twee uur van tevoren moeten zijn en als je te laat komt dat je ticket ongeldig wordt verklaard. Vervolgens gaat de check-in-balie pas een uur later open. We mogen echter niet klagen want we hebben warme koffie en een heerlijk ontbijt bij ons.

Vlak voor we de boot op mogen ontmoeten we een jonge fietser. Hij heet Alwin en hij is de eerste Nederlandse fietsreiziger die we tegenkomen! Zijn verhaal is echt heel cool: hij wilde van Athene naar Porto reizen met het openbaar vervoer en door te liften. Dat beviel hem alleen niet helemaal, dus in Griekenland heeft hij een fiets gekocht en nu fietst hij met z’n backpack op verder naar Porto.

Op de boot delen we onze koffie met hem en doen dan nog even een dutje.

De rest van de dag zitten we op het dek in de zon te lezen, te schrijven en zelfs een documentaire te kijken (The Gamechangers, te zien op Netflix – een heel interessante documentaire over de invloed van (geen) vlees eten op je lichaam en met name op dat van sporters. Wie dit leest moet ‘m kijken). We maken kennis met Gerardo, een Spaanse ontwerper, en we leren Alwin wat beter kennen.

Terwijl we naar de zonsondergang zien we dolfijnen langs de boot springen. Zo mooi!! Een uurtje later komen we aan in de haven van Barcelona. Samen met Alwin fietsen we in het donker de stad door. Na het wilde Italië worden we hier verrast door prachtige fietspaden en geduldige automobilisten. Zonder problemen bereiken we ons hotel (en Alwin zijn hostel). We rusten uit en besluiten een nacht bij te boeken, want morgen willen we meer van Barcelona zien!

Dag 145: Rustdag in Barcelona

We slapen uit en ontbijten in een kleine bar in de stad. Bij een fietsenwinkel koopt Irene nieuwe overschoenen (een soort wind- en regendichte sok voor over je fietsschoenen) en in een outdoorwinkel een hoofdlamp.

We bekijken de Sagrada Familia, de gebouwen van Gaudí en wandelen door Park Guëll. Daarna verschansen we ons in een heel leuke bar vlakbij ons hotel. Alwin komt ook nog langs en onder het genot van vermout besluiten we morgen samen richting Valencia te fietsen.

Terug in het hotel nemen we een bad en gaan dan slapen. Morgen gaan we Spanje verkennen op de fiets!

Dag 146: Barcelona – Tarragona

97 kilometer, 619 hoogtemeters

We hebben afgesproken bij een supermarkt, maar die blijkt dicht te zijn vanwege Allerheiligen, een nationale feestdag. Voordat we gaan drinken we nog een kop koffie in de zon. En dan, precies zoals we Barcelona binnen zijn gereden, zo rijden we Barcelona ook uit: over enorm goede fietspaden en met respectvolle automobilisten om ons heen.

Buiten de stad vinden we een supermarkt die wel open is. We slaan in voor de hele dag en vervolgen dan het fietspad dat ons weer naar de kust brengt. Daar is het druk met campers en busjes, want met dit lange weekend nemen alle Spaanse families het ervan. Het verrassende is dat de auto’s heel rustig en geduldig rijden. Wanneer we even omkijken terwijl we aan het klimmen zijn, zien we dat er gewoon een file is ontstaan achter ons (we vonden het al zo rustig). Pas als er écht ruimte is halen de auto’s ons in.

Nadat we eerst over de kliffen langs de kust zijn gereden, rijden we nu vlak langs het strand. We vinden een mooie plek aan zee voor onze lunch. Als we aan het eten zijn horen we opeens een klap. Achter ons is een heel jong meisje gevallen met haar fiets. Ze draagt geen helm en is blijkbaar heel hard met haar hoofd op de grond terecht gekomen. Hulp en ouders komen aangesneld en het is duidelijk dat het echt niet goed gaat met het meisje. Echt vreselijk om te zien (en een wijze les: draag altijd een helm). Gelukkig komt ze weer bij zinnen en dan pas kunnen we met een gerust hart verder.

We rijden verder op zoek naar een plek om te wildkamperen, maar de Spaanse kust is zo bebouwd dat dat erg lastig is. Uiteindelijk komen we in de stad Tarragona uit. Alle accomodaties zijn vol of heel duur, vanwege die feestdag dus. We vinden een hotel met nog een kamer vrij en rijden er als de wiedeweerga naartoe. Als we daar aankomen, blijkt de kamer net vergeven te zijn aan twee oudere Duitse mensen. En jammer genoeg mogen we onze tent ook niet opzetten in de tuin van het hotel. Voor we verder gaan, maken we nog een praatje met de Duitsers die het heel erg vinden voor ons. We stellen ze gerust en stoppen een eindje verderop om een plan te maken.

Laura loopt naar de dichtstbijzijnde hotels en bij één daarvan is nog een kamer vrij – vandaag is ie een extra duur. We balen enorm en overwegen om dan toch nog tien kilometer door te fietsen. Precies dan komen het Duitse echtpaar met hun hondje aangelopen. Ze vragen of we wat kunnen vinden en we leggen ze ons dilemma voor. Voor we het weten trekken ze hun portemonnee en hoe vaak we ook zeggen dat het niet nodig is, ze staan erop dat ze ons helpen (“voor ons is het iets kleins, voor jullie iets groots”). Echt bizar lief. We spreken af dat we met ze Tarragona ingaan. Dus we checken gauw in in het hotel, frissen ons op en lopen dan met z’n vijven de oude stad in. Als kers op de taart worden we óók nog door ze getrakteerd op tapas.

Voor we naar onze eigen hotels gaan wisselen we nog contactgegevens uit. Zij gaan namelijk, net als wij, rustig aan zuidelijk langs de kust. Wie weet komen we elkaar nog eens tegen!

Dag 147: Tarragona – L’Ametlla de Mar

61 kilometer, 407 hoogtemeters

Alwin staat vroeg op om Tarragona te bezichtigen. Wij genieten van een langzame ochtend met een goede kop koffie in de hotellobby. Daarna fietsen ook wij Tarragona in om de oude stadsmuren en de kathedraal te bezichtigen. In de stad spreken we af met Alwin en samen zetten we onze tocht voort.

We worden meteen de snelweg op geleid, maar met een hele vluchtstrook voor onszelf en de zon op onze bolletjes is dat best oké (alleen die wind mag wat minder). Na een kilometer of tien kunnen we van de snelweg af en vinden we weer fietspaden langs de kust. Ook vandaag lunchen we aan zee.

Het gaat steeds harder waaien en het belooft in de nacht te gaan stormen. We vinden een mooie camping aan de kust waar we meteen een wasje kunnen draaien. Met het warme weer en de harde wind is het zo droog. Ondertussen doen we boodschappen: pasta voor de verandering en een kleine proeverij aan speciaalbieren. Na het eten bellen we nog met Alwin’s vriendin en dan is het bedtijd.

Dat was week 21!

We hebben nog lang niet het idee dat het herfst of winter is, maar de Spanjaarden denken daar duidelijk anders over. Terwijl wij nog op onze sandalen en in onze korte broek en t-shirt fietsen, hebben de fietsers hier hun winterpak al aan: handschoenen, jas, beenwarmers en een colletje. We zijn benieuwd wanneer (en óf) wij onze korte tenue verruilen voor wat warmers (zolang de zon nog brandt in ieder geval niet).

Dank weer voor jullie traktaties, we blijven erdoor gevleid (en gehydrateerd)!