16 juni – 22 juni, 338 kilometer, 4833 hoogtemeters

Week #2, het fietsend leven begint al te wennen. Langzaam maar zeker krijgen onze dagen ritme. Met vlagen zijn we in de war, dan voelt het alsof we alweer naar huis gaan. Niets is minder waar, want deze week trekken we alleen maar verder. Leest en amuseert uzelf.

Dag 8: Christchurch – Weymouth

82 kilometer, 671 hoogtemeters

We worden wakker van een hoosbui op ons houten tuinhuisje. Pas als de bui over is, maken we ons klaar voor vertrek. Vandaag wordt stormachtig en wisselvallig. We hebben niets op de planning, maar we houden Dorchester aan als ijkpunt.

We fietsen langs de kust en trotseren zandstormen en windvlagen tot aan Sandbanks.

Daar varen we met de chainferry (ja, dat is een boot aan een ketting, ‘t is net een fiets) naar de overkant.

Aan de overkant fietsen we het natuurreservoir Studland and Godlingston Heath in. We blijven NCN2 volgen tot we mountainbiker Mike tegenkomen. Hij neemt ons mee over (bijna) onbegaanbare, maar waanzinnige mooie paden.

Bij Wareham slaat hij af en na een koffiestop in Wool rijden wij door naar Dorchester.

Helaas blijkt Dorchester met weinig slaapvoorzieningen uitgerust te zijn (en die er zijn zijn te duur), dus naïeve Nederlanders die we zijn, besluiten we “even” door te fietsen naar het volgende stadje: 14 kilometer en 250 hoogtemeters verderop. Hijgend, bezweet en met stijve kuiten komen we aan in Weymouth. Pasta, thee en chocolade helpen ons er weer bovenop. Morgen verder de heuvels in!

Dag 9: Weymouth – North Chideock

50 kilometer, 825 hoogtemeters

Als we wakker worden staat het vegetarische Engelse ontbijt al voor ons klaar. Ondertussen vertellen we Carole en Dave hoe onze tocht verder gaat. Carole windt zich erg op over het feit dat we door Spanje willen fietsen, ze vindt ons “off our trolley” en wordt bijna boos op ons (maar eigenlijk is ze gewoon extreem bezorgd en dat is weer lief).

De heuvels kennen geen genade dus we beginnen meteen met ploeteren. Vooral de heuvel bij Abbotsbury is te lang te steil waardoor we onszelf én onze 30 kilo zware fietsen al lopend naar boven moeten duwen. Maar de Farmers Shop onderaan de heuvel maakt veel goed. Al helemaal als een overenthousiaste Britse ons allemaal tips voor Bretagne geeft.

Door naar Bridport, waar we bij Soulshine, een heel mooi café, koffie drinken en taart eten. Vanaf daar is het nog maar 10 kilometer naar ons volgende verblijf, dus we doen het rustig aan.

Die laatste 10 dachten we “even” te fietsen, maar we zijn iets te optimistisch geweest. We worden door extreem steile grasvelden vol koeien gestuurd. De alternatieve weg, genaamd Hell Lane, is ook daadwerkelijk een hel. Zo dichtbegroeid dat het er pikdonker is; de weg loopt zo ongeveer 45 graden naar beneden; en het is één grote modderpoel. Bovendien liggen er enorme rotsen midden op het pad, waardoor we niet eens verder kunnen. Er zit niets anders op dan terug naar boven (wat mogelijk nog moeilijker is) en dan terug naar de normale autoweg. Weer boven treffen we een oud echtpaar aan de wandel. We vragen ze om hulp en ze lopen het hele eind met ons mee om ervoor te zorgen dat we op een veilige weg belanden.

Als dat is gelukt (twee uur later dan we dachten), staan we binnen no-time tussen de schapen (en hun poep), want daar is ons herdershutje. Om alle omzwervingen goed te maken, breekt ook nog eens de zon door. Heerlijk. We eten in de zon en vallen dan in slaap onder het genot van schapengeblaat.

Dag 10: North Chideock – Sidmouth

43 kilometer, 880 hoogtemeters

En door datzelfde geblaat worden we de volgende ochtend vroeg wakker gemaakt. Later in de ochtend zal het regenen, dus we vertrekken vroeg.

Heuvel op, heuvel af – want zo gaat dat hier in Engeland. De regen blijft langer uit dan verwacht. Maar als we na een kop koffie vanuit Seaton willen vertrekken naar Sidmouth, begint het zacht te druppelen. Inmiddels zijn we in Devon (“area of outstanding natural beauty”) aangekomen en zelfs mét regen komt die natuurlijke schoonheid tot z’n recht.

Nadat we door een vreemd, besloten sekte-achtig plaatsje zijn gereden, scheuren we heuvelafwaarts Sidmouth binnen. Daar wacht de warme douche (en wat voor één, de spa is er niets bij) van James en Sharon op ons.

Sidmouth ligt aan de Jurassic Coast, een plek in Engeland waar veel fossielen te vinden zijn. Op het kiezelstrand doen we nog een poging een dinosauriër op te graven. Tevergeefs, maar we vinden wel een hoop mooie steentjes.

We wandelen terug naar James en Sharon, die ons voorzien van heerlijke vegetarische pasta, Engelse ales en goede gesprekken.

Dag 11: Sidmouth – Whitestone

49 kilometer, 712 hoogtemeters

We starten rustig op vandaag want we hebben wederom niet al teveel kilometers voor de boeg. Als we onze fietsen willen optuigen, heeft James, ook een fervent fietser, ze al helemaal gepoetst en gecheckt.

We nemen afscheid van Sharon, die met tranen in haar ogen vertrekt. James fietst met ons mee naar Exeter.

Hij bereidt ons voor op de route: één hele steile heuvel en dan is het alleen maar vlak. Vlak op z’n Engels, want wij zien na de grote heuvel alleen maar meer heuvels opdoemen. Hij lacht, onze benen huilen.

Toch komen we aardig rap in Exeter aan en zoals James ons over de beste wegen wist te leiden, zo leidt hij ons eveneens naar de beste koffie. De pauze doet ons goed.

Als James huiswaarts keert, fietsen wij door naar Whitestone. Want vanavond logeren we daar op de boerderij van Judy en Stevie.

Als we zijn opgefrist, heeft Judy burgers van zwarte bonen gemaakt voor op de barbecue en de echte Devon-cider staat koud. We lopen naar de caravan verderop op hun land, waar we tegelijkertijd van het eten, de cider en de zonsondergang genieten.

We hebben het over onze wens om Cornwall te bezoeken en Judy adviseert om te wandelen in plaats van te fietsen. De rest van de avond stippelen we samen met Judy een tweedaagse wandeltocht uit. De fietsen zetten we in de schuur en backpacks mogen we van hen lenen. We vinden het zo leuk dat we bijna niet kunnen slapen!!!

Dag 12: On a hike / Newquay – Porthcothan

16 kilometer, 240 hoogtemeters

We hebben geluk met het weer! Nu is het nog bewolkt, maar vanmiddag wordt het zonnig. Na het ontbijt zet Judy ons en onze backpacks af op Exeter St. Davids station. Het is een drie uur durende treinreis naar Newquay en het is een reis met schitterende vergezichten. Desondanks verliezen we ons vooral in lezen en schrijven.

In Newquay is het inderdaad zonnig, maar het waait heel hard. We eten eerst wat voor we aan de Coastal Path beginnen. Als we het stadje uit zijn, kijken we onze ogen uit: steile kliffen, grote rotsen en felblauw water komen tevoorschijn. Het pad loopt dicht langs de kliffen en we moeten soms echt oppassen dat we er niet af worden geblazen (no kidding).

Na 16 kilometer vinden we het leuk geweest: zo’n backpack op je rug is wel wat anders dan achterop je fiets. Onze ruggen hebben rust nodig. Judy heeft ons een camping aanbevolen, maar die ligt ergens verscholen. Ze heeft uitgetekend hoe we er moeten komen, dus we beginnen aan de speurtocht. Het gaat ons goed af want we vinden het terrein, verstopt achter hoge hagen, best snel. We zetten ons tentje op (eindelijk kamperen – Irene is in de wolken) en koken een maaltje. Chips en chocola zijn het toetje. We kruipen vroeg onder de wol, want het wordt fris.

Dag 13: On a hike / Porthcothan – Padstow

17 kilometer, 210 hoogtemeters

‘s Nachts worden we wakker omdat het stormt en regent. Laura is bang dat we met tent en al worden weggeblazen. Maar dat valt mee, want de volgende ochtend worden we gewoon wakker op dezelfde camping.

De ochtendzon brandt ons al uit ons tentje. Na de nodige koffie en havermout pakken we de tent weer in (dat klinkt makkelijk en was het ook: in 10 minuten waren we klaar, hoppa!). We vertrekken, Padstow, we kôm’n d’r àn!

Dit deel van het Coastal Path is beduidend minder rauw, maar zoveel groener en vol bloemen. Onderweg passeren we allerlei kleine Engelse dorpjes met enorme huizen en prachtige doch drukke stranden. Ondertussen beginnen we onze rug te voelen. En onze benen. En eigenlijk doet alles wel pijn. We vragen ons, kreunend en steunend, af waarom dit zoveel zwaarder is dan fietsen.

De laatste kilometers worden gelukkig enigszins verlicht door de boerderijwinkel, waar we heerlijke Cornish rabarber-appellimonade drinken. Om 15 uur komen we aan in Padstow. De bus staat al voor ons klaar en we dachten natuurlijk dat we nu konden bijkomen, maar we hadden nog nooit in Cornwall in een bus gezeten. Mijn God, die buschauffeur was gestoord. Hij scheurde over de heuvels en door de bochten. Zo erg dat Irene uit haar stoel gelanceerd wordt. Een voordeel: de pijn van de backpacks zijn we spontaan vergeten.

Op Bodmin Parkway nemen we de trein en op Exeter pikt Stevie ons op. We pakken de backpacks uit en onze fietstassen weer in. Met Stevie boeken we tickets voor de ferry van Plymouth naar Roscoff (Bretagne) en we bekijken samen de route naar Plymouth.

Dag 14: Whitestone – Plymouth

82 kilometer, 1295 hoogtemeters

Onze laatste dag in Engeland is zonnig, eindelijk! Nadat we afscheid hebben genomen, vertrekken we met gemixte gevoelens. We gaan de Engelse hartelijkheid, taarten en zelfs de vreselijke fietspaden missen.

Het afscheid van Engeland is prachtig, want we fietsen dwars door Dartmoor, een enorm natuurgebied. Maar voordat we daar zijn pauzeren we in het Middeleeuwse plaatsje Moretonhampstead. Dit is de eerste etappe waar we zoveel fietsers tegenkomen. Begrijpelijk wel, want het is hier zo waan-zin-nig mooi (en zo verrekte heuvelachtig). We moeten meerdere keren stoppen voor overstekend wild en natuurlijk om te genieten van het uitzicht.

Na Dartmoor vallen we met ons neus in de boter. Er is zowaar een fietsroute, ooit een spoorweg, die ons direct naar Plymouth leidt. En het mooie is dat het alleen maar heuvelafwaarts is. De benen krijgen dus even wat rust.

In Plymouth bezoeken we, op aanraden van James en Sharon, het fietscafé Rockets & Rascals. We mogen ons daar opfrissen en omkleden voordat we de boot opgaan. Voor het zover is, eten we jacket potato en prijswinnende fish & chips. Een betere afsluiting is er niet.

Na het eten fietsen we richting Brittany Ferries. Terwijl we wachten tot we aan boord mogen wisselen we avonturen en routes uit met andere tourfietsers. Op de boot proosten we op week #2.

Dat was week #2

Het is raar om Engeland verlaten te hebben, wat een prachtig land en wat een lieve mensen. We gaan nu terug naar Frankrijk, hopelijk genieten we daar van meer zon. En van baguettes, kaas en wijn. En natuurlijk van flan, Irene’s lievelingstaart.

6 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.