4 – 10 augustus, 395 kilometer, 4733 hoogtemeters

We zijn inmiddels ruim twee maanden onderweg en bijna drieduizend kilometer verder. Weg van al onze routines, regelmaat en zekerheden van thuis. Toch hebben we inmiddels weer wat nieuwe routines en regelmaat gevonden. Om half 8 staan we op en om 9 uur zitten we op de fiets. Laura maakt koffie, Irene begint met de tent afbouwen. Het enige dat altijd onzeker blijft is wat we eten, waar we slapen, wie we ontmoeten en wat we zien.

Dag 57: Callas – Nice

100 kilometer, 950 hoogtemeters

De dag begint op z’n minst origineel: we worden wakker gebalkt door de campingezel. Vandaag proberen we in Nice aan te komen, dat is een rit van zeker honderd kilometer. We kijken hoever we komen.

De camping ligt in een dal, dus we mogen meteen omhoog. De bergen in. We rijden over kronkelende wegen naar boven, langs prachtige plaatsjes zoals Bargemon, over een oude spoorbrug en door een geitenboerderij. De eigenaar van de boerderij vindt ons gestoord en zegt dat het onmogelijk is om vandaag nog naar Nice te fietsen (moet hij eens opletten).

We zwaaien hem en z’n geiten gedag en dan opeens zijn we in een superdruk en toeristisch gebied. Ongelofelijk. Één ding is zeker: we zijn dichtbij de Franse zuidkust.

We besluiten van de EuroVelo 8 af te wijken omdat we per se langs Lac de Saint-Classien willen fietsen. Ook daar is het bizar druk, maar de omweg is absoluut de moeite waard. Het blauwe meer en de bossen eromheen zijn een feest voor het oog. We vinden een plek aan het meer om te picknicken en bij te komen van de warmte. Ondertussen horen we van onze vrienden Jan en José dat we twee nachten bij hen kunnen logeren in Nice. Nu weten we zeker dat we het gaan halen!

Vanaf het meer is het nog maar 50 kilometer naar Nice. We voelen ons goed, dus dat wordt een eitje, denken we. Totdat we de bergen tegenkomen. De helft van de rit stijgen we, maar als we dan boven zijn kijken we uit over de zee! Geweldig, we kunnen niet wachten om naar beneden te rijden.

Uiteindelijk komen we in Cannes aan. We kopen 1,5 kilo watermeloen en eten die linea recta op. Dat geeft ons de energie voor de laatste kilometers naar Nice. Langs een drukke en vooral chaotische kustlijn fietsen we Nice binnen. Daar wachten Jan en José ons al op in hun appartement. We frissen ons op en eten dan wat. Jan trekt voor de gelegenheid een flesje bubbels open. We praten totdat we onze ogen niet meer open kunnen houden.

Dag 58: Rustdag in Nice

Vandaag slapen we uit, want we hebben een rustdag. We beginnen de dag met een heerlijk ontbijt met uitzicht op zee. Dan is het tijd voor boodschappen. We doen er groots inkopen voor onze picknick op het strand. En we laten Jan en José kennis maken met één van onze favoriete winkels, Grand Frais (die heeft nu weer twee fans erbij).

De rest van de dag brengen we door aan en in zee met kaas, brood, chips, lekkere biertjes en perziksap. Daarna maken we onze fietsen klaar voor morgen. En alsof de dag nog niet mooi genoeg was worden we door Jan en José getrakteerd op een etentje. Als voorbereiding op Italië eten we heerlijke risotto.

Dag 59: Nice – Ospedaletti

67 kilometer, 959 hoogtemeters

Na ons laatste ontbijt in Frankrijk maken we ons klaar voor vertrek. Jan en José fietsen met ons mee tot aan de voet van Col d’Èze (507 meter).

Dan begint voor ons het echte werk. Na 250 meter heeft Irene een lekke band. Als er een nieuwe binnenband in zit, zetten we de beklimming voort. Het uitzicht is waanzinnig en we stoppen dan ook regelmatig om ervan te genieten. Tijdens de afdaling rijden we door La Turbie waar we nog een laatste flan eten en alles halen voor een goede Franse lunch.

De afdaling gaat verder en we fietsen een klein stukje door Monaco. Snel daarna komen we in Menton aan, de laatste Franse kustplaats voor de Italiaanse grens. Honderd meter voor de grensovergang nemen we nog een verfrissende duik in de zee.

Na een laatste baguette met camembert is het toch echt tijd om Frankrijk te verlaten. Na de grens worden we meteen tunnels ingestuurd. De auto’s toeteren om ons te waarschuwen dat ze eraan komen en ze geven ons goed de ruimte.

In het stadje Ospedaletti stoppen we. Eerst voor Italiaanse gelati (natuurlijk!!) en dan voor onze logeerplek: we mogen vanavond bij Weronika van Warmshowers in de tuin kamperen.

Weronika en haar hippie-vrienden heten ons welkom in, zoals ze het zelf noemen, “The gardens of Babylon”. Een enorme villa met uitzicht op zee en een tuin vol fruitbomen (lychees, mango’s en kumquat – we mogen het allemaal proeven).

We zetten de tent op op een plek waar we prachtig over zee uitkijken. Dit is absoluut het mooiste uitzicht vanuit de tent tot nu toe.

Daarna wandelen we naar beneden en kiezen een pizzeria aan zee uit. Heerlijke pizza’s voor kleine prijzen. En ja, daarna eten we gewoon nog een keer ijs.

Dag 60: Ospedaletti – Ceriale

69 kilometer, 517 hoogtemeters

De hellingen naar beneden zijn echt bizar steil, dus we proberen wat af te remmen. Dat gaat goed totdat Irene’s remkabel opeens losschiet (super eng!!!). We stoppen en lopen verder naar beneden, waar toevallig een in Shimano gespecialiseerde fietsenwinkel zit. Een lieve Italiaan zet de kabel weer vast en dan kunnen we door.

Vanaf Ospedaletti begint het 24 kilometer lange fietspad “Ponente Ligure”. Het is een oude spoorlijn die ons langs de kust van de Riviera leidt. Na een aantal kilometer door een tunnel te hebben gefietst, vinden we een supermarkt. Terwijl Laura boodschappen doet, helpt Irene een oude dame met haar fietsbanden oppompen. Het vrouwtje blijft maar in het Italiaans ratelen en ze is blijkbaar zo dankbaar voor de hulp dat ze geld aanbiedt (maar dat mag ze lekker houden).

Als we nog geen vijf minuten onderweg zijn heeft Irene helaas weer een lekke band. En alsof dat nog niet genoeg pech is voor vandaag staat er ook nog een supersterke zeewind. Het is dus al gauw tijd voor wat extra kracht: onze eerste Italiaanse caffè. En of we daarop door kunnen!

We scheuren door tunnels en galerieën, lunchen aan zee, genieten van de geweldige uitzichten op zee en de rotsachtige omgevingen. In Imperia stoppen we om een kerk te bezichtigen en in Diano Marina eten we onze eerste Italiaanse lunch.

Nog voor Ceriale fietsen we landinwaarts op zoek naar een camping. We belanden uiteindelijk op een camping met piepkleine plekken voor torenhoge prijzen (er is niets anders in de buurt). De eigenaars zijn twee Brabantse vrouwen die er vandaag niet veel zin in lijken te hebben, maar onze vriendelijke buren maken veel goed.

Te voet gaan we op zoek naar winkels voor avondeten. We komen uit bij een enorme supermarkt. Laura is helemaal in haar nopjes. Ze zou nog uren kunnen blijven om alle pasta en andere Italiaanse producten te bestuderen, maar de trek wint het van de nieuwsgierigheid. Met een tas vol ingrediënten voor pasta pesto keren we tentwaarts.

De rest van de avond besteden we aan het vinden van een geschikte route door de bergen. We zullen namelijk érgens de Appenini moeten trotseren om bij de Po-vlakte uit te komen. Er komen aardig wat hoogtemeters aan!

Dag 61: Ceriale – Celle Ligure

51 kilometer, 405 hoogtemeters

Het is benauwd warm als we wakker worden en er hangen dikke wolken boven ons (waarschijnlijk het restant van het noodweer in het noorden van Noord-Italië). Maar zodra we weer aan zee zijn breekt de zon door het wolkendek heen.

Vandaag zijn we extra blij met alle koele tunnels waar we doorheen fietsen. Na vijftig kilometer langs wederom een prachtige kust komen we aan in het plaatsje Celle Ligure waar we stoppen om te lunchen. De zee is er heel mooi helder en blauw. Zo mooi dat we niets anders kunnen dan een duik nemen. We tillen onze fietsen naar beneden op een plateau van rotsblokken, een plek helemaal voor ons alleen. Ondertussen ontvangen we bericht dat we bij een Warmshowers in het plaatsje kunnen logeren. Zo fijn, want nu kunnen we de rest van de middag in het water spenderen (het is de laatste dag aan zee, morgen gaan we het binnenland in).

De golven zijn er superhoog en water is lekker fris. We zijn helemaal in ons element. Als we zijn afgekoeld en opgedroogd kopen we een grote fles biologisch sap voor Pietro, onze Warmshowers-host. Als we die aan ‘m geven is hij blij verrast: het is zijn lievelingssap (toeval bestaat niet!!!).

Z’n huis is eerder een villa te noemen. Hij heeft er een bed & breakfast van gemaakt, want het is supergroot. En het uitzicht vanaf het terras, oh man, zó mooi. Links kijk je over zee uit, rechts kijk je de bergen in. De inrichting geeft ons het gevoel dat we regelrecht in de film Call me by your name zijn beland. In de (ook supergrote) tuin om het huis groeien allerlei vruchten en fruit, waaronder limoenen, sinaasappels, citroenen en grapefruit (Irene’s lievelings).

‘s Avonds maakt Pietro heel lekkere verse ravioli voor ons. We praten (in een mix van Engels, Frans en Italiaans) de hele avond over fietsroutes, levensfilosofieën en lokale specialiteiten.

Dag 62: Celle Ligure – Campo Ligure

47 kilometer, 899 hoogtemeters

Als we wakker worden staat er een luxe ontbijt op ons te wachten. We genieten er dubbel van dankzij het uitzicht op zee. We nemen de route nog met hem door – hij zegt dat het zwaar zal worden maar vooral erg mooi. Hij kan het weten want hij fietste regelmatig van z’n huis naar Milaan in één dag (meer dan 200 kilometer).

De eerste kilometers fietsen we langs de kust en vlak voor we de kust gedag zeggen, drinken we nog een koffie aan zee. Dan gaan we de Appenini-bergen in (maar eerst verdwalen we nog in kleine straatjes en worden we op weg geholpen door een Italiaans vrouwtje die ons vanaf haar balkon allemaal Italiaanse dingen toe schreeuwt – en dat helpt).

Als we de juiste weg gevonden hebben is het alleen maar klimmen. Op de helft stoppen we voor sap en abrikozentaart en daarna stoppen we vooral om van het uitzicht te genieten. Op 591 meter hebben we Passo del Turchino beklommen. En het fijne van lang klimmen is dat je ook lang daalt. In het eerstvolgende plaatsje stoppen we voor lunch. Dan rijden we door naar Campo Ligure, waar we wederom stoppen om een uitbundige Rooms-Katholieke kerk te bekijken. Vanaf daar is het weer omhoog.

Na vijf zware kilometers op steile hellingen vinden we een agriturismo hotel (een vakantieboerderij) met plaatsen voor campers. Op hoop van zegen kloppen we aan en vragen we of we mogen kamperen. En dat mag! De mensen zijn er zo aardig en het blijkt één groot familiebedrijf te zijn. Ze bieden ons nog aan om met flinke korting in het hotel te slapen, maar niks kan op tegen kamperen voor 7 euro per nacht. Zeker met zo’n ongeëvenaard uitzicht over de bergen.

‘s Avonds genieten we van een driegangenmenu voor 15 euro met verrukkelijke huisgemaakte gnocchi, spaghetti en ratatouille. Als toetje krijgen we tiramisu en als extra toetje delen andere gasten pasticcini uit, allemaal kleine zoetigheden. Deze dag kan niet meer stuk.

Dag 63: Campo Ligure – Montale Celli

61 kilometer, 1003 hoogtemeters

We worden wakker door de opkomende zon die op onze tent schijnt. Het is koud en vochtig geweest vannacht, want we moeten de tent nog even laten drogen voor we ‘m kunnen inpakken. Tijdens de koffie krijgen we van de pasticcini-gasten een pak koekjes (het is blijkbaar typisch Italiaans om ‘s ochtends koekjes in je koffie te dopen als ontbijt). Bij de tweede kop koffie mogen we ook de versgemaakte fruitcake van de eigenaresse van het hotel proeven.

De zon is ondertussen opeens verdwenen en de lucht grijs van de wolken. We maken ons klaar voor vertrek want we willen graag profiteren van deze plotselinge koelte. Dan beginnen we aan het laatste deel van het Appenini-gebergte, recht door nationaal park Capanne di Marcolo. Last but not least, want dit is één van de mooiste ritten tot nu toe. De bergen zijn hier rood, ruig en groots. We rijden langs een enorme vallei waarin een ijskoude rivier stroomt. Het is gewoon zo mooi, dat Laura er tranen van in haar ogen heeft en Irene niks meer weet uit te brengen. Ongelofelijk om hier doorheen te fietsen.

We voelen ons een beetje verdrietig als we de prachtige bergen achter ons laten. Het verdriet duurt echter niet lang, want onze maag rammelt als een gek. In Valteggio spreekt een dame ons aan en zij weet ons te vertellen dat alle winkels nét dicht zijn (het is 5 over 12). We hebben nog één energiereep en een paar koekjes. Daar moeten we het mee doen tot het volgende plaatsje, 12 kilometer verderop.

Eenmaal bij de supermarkt vullen we onze voorraden aan. Na een uitgebreide lunch op een gezellige plastic tuinset voor de supermarkt trappen we er weer vandoor. Het is nog twintig kilometer naar onze volgende bestemming: boerderij Valli Unite.

We rijden op en neer over fijne wegen en komen er door de bordjes achter dat we vlakbij de geboorteplaats van Fausto Coppi zijn! We rijden een deel van zijn route tot Passo Coppi, daar slaan we af. Voor we bij Valli Unite zijn moeten we nog wat steile heuvels beklimmen. Maar we worden ervoor beloond: we komen op een prachtige plek terecht waar plek is voor onze tent (naast een perzikboom vol overheerlijke perziken!!).

Voor het avondeten doen we boodschappen bij het winkeltje van de boerderij. We vinden er heerlijke groente, kaas, verse sauzen, pasta en biologische wijn. We bereiden dit feestmaal met uitzicht op de glooiende uitloop van de Appenini en een mooie zonsondergang. Voordat we gaan slapen worden we door één van de boeren geroepen, want er zijn kleine biggetjes geboren! Zo lief!

Morgen gaan we het dorpje Castellania Coppi bezoeken.

Dat was week 9!

We waren een klein beetje huiverig voor het Italiaanse verkeer dat gekenmerkt wordt door anarchistische chaos. Maar het valt enorm mee. Ze hebben veel respect voor fietsers (die er trouwens net zoveel zijn als scooters). Ze rijden ons rustig voorbij, laten ons voor en geven ons de ruimte. Tot nu toe het beste fietsland (na Nederland natuurlijk)! We gaan nu genieten van jullie Italiaanse koffie en biertjes! Dank ❤️