13 – 19 oktober, 291 kilometer, 3423 hoogtemeters

Het is midden oktober en we hebben geluk. We maken namelijk de derde zomer van dit jaar mee. Even leek de herfst écht te worden toen we, na het warme Albanië, in een bewolkt en regenachtig Puglia aankwamen.

Niets is echter wat het lijkt want de zon brak al gauw door en het kwik is weer naar de dertig graden gestegen. We fietsen nog altijd met sandalen aan én we hebben zelfs weer nieuwe tanlines gekregen. Hopelijk blijft deze zachte Zuid-Europese winter nog even aanhouden.

Dag 127: Irsina – Venosa

57 kilometer, 504 hoogtemeters

Als we wakker worden horen we gerommel en geklingel beneden. We kleden ons aan en we gaan een kijkje nemen. Tot onze grote verrassing hebben Giuseppe en zijn vriendin Katia een heel uitgebreid ontbijt voor ons klaar staan. Wat een verwennerij! Met z’n vieren gaan we aan tafel en langzaam druppelen ook Nico en Mario binnen.

Na het ontbijt nemen we afscheid van Katia en dan krijgen we een fietstour van de jongens door het oude stadscentrum van Irsina. Daarna fietsen ze een stuk met ons mee richting Venosa, onze eindbestemming van vandaag. Tijdens de rit leren ze ons een hoop over de omgeving, waarom er zoveel huizen leegstaan en over de natuur. Ze zijn heel leuk gezelschap en het is jammer na twintig kilometer afscheid van ze te moeten nemen.

Wij rijden verder rechtdoor (er is eigenlijk maar één weg) en belanden op typische plattelandswegen vol modder en sporen van tractoren. Bij een veld stoppen we even om wat tomaten te plukken en dan rijden we door naar Venosa.

In Venosa gaan we op zoek naar een supermarkt, maar het is zondag en dus is dat moeilijk. We willen net op een terras gaan zitten als onze host van vanavond, die toevallig ook Giuseppe heet, laat weten dat ze net gaan lunchen en dat we kunnen aanschuiven. Dat is veel leuker!

Bij hem thuis wachten zijn vrouw Milene, zijn zoontje Francesco en een heerlijke pasta ons op. Oh en natuurlijk een echte Venosaanse wijn. Na de lunch is het tijd voor een siësta voor de kleine Francesco en tijd voor ons om ons op te frissen. Giuseppe brengt ons naar onze slaapplaats en die is heel bijzonder. Hij heeft namelijk een eigen sportschool en daarin mogen wij slapen.

We blazen ons luchtbed weer eens op – voor het eerst in ons leven kamperen we in een sportschool! Als we uitgerust zijn en Francesco weer wakker is, wandelen we met het jonge gezin door Venosa. We bezichtigen kort het kasteel en we zigzaggen door alle kleine straatjes. Onderweg naar huis halen we pizza, die we thuis opeten. We spelen met Francesco, die heel erg gefascineerd is door onze voeten (vast door onze mooie tanlines van de sandalen).

Het is zo gezellig met ze dat we pas rond middernacht weer in de sportschool aankomen.

Dag 128: Venosa – Sant’Agata di Puglia

65 kilometer, 975 hoogtemeters

Ondanks dat één of andere rare tor ons in de nacht ruim een uur heeft wakker gehouden, hebben we lekker geslapen. We maken ons klaar voor vertrek en als Giuseppe aanklopt om zijn gym te openen, zeggen we gedag. In de stad drinken we een kop koffie en bij de supermarkt eten we yoghurt met muesli.

Vandaag beginnen we aan het bergachtige deel van de route richting Napels. Bergen zijn er absoluut en steil dat ze zijn. Na tien kilometer hebben we al loodzware benen.

We gaan rustig aan door. De wegen zijn mooi, tot we opeens op een drukke weg vol vrachtwagens belanden. Gelukkig vinden we een parallelweg waar alleen wij rijden. Als we afslaan staat er een bord dat we niet helemaal begrijpen, alleen dat het iets met gestremd verkeer te maken heeft. We wagen het erop en de weg is inderdaad niet overal even begaanbaar. Toch vinden we de stilte op de weg verdacht. Als we boven zijn zoeken we de vertaling van het bord maar eens op en dan begrijpen we waarom het hier zo stil is: de weg is recentelijk getroffen door een aardverschuiving. Blijkbaar komen in deze regio aardverschuivingen regelmatig voor, want later zien we nog meer waarschuwingsborden.

We overleven het zonder door de aarde verschoven te worden en na zestig kilometer houden we het voor gezien. We vinden een agriturismo een paar kilometer verderop. De weg ernaartoe is een vreselijk steile helling. Onze benen kunnen niet meer en we duwen onze fiets naar boven.

Eenmaal in onze kamer vallen we in slaap. We worden wakker voor het avondeten, dat de boerenfamilie voor ons heeft gemaakt. Een lekkere pasta met Italiaanse kaas toe.

Na het eten vallen we meteen in slaap.

Dag 129: Sant’Agata di Puglia – Benevento

83 kilometer, 1546 hoogtemeters

Als we wakker worden voelen we ons nieuw en fit. Maar ondanks de goede nacht voelen we ook dat we toe zijn aan een rustdag. We kunnen echter in twee dagen in Napels zijn en daar zullen we verplicht zes dagen blijven omdat de boot van Sardinië maar tweemaal per week vaart. Daarom besluiten we door te bijten en onze rust nog even uit te stellen.

We nemen plaats aan het ontbijt, wat erg matig is: een koffie en een croissant. Hier kunnen we echt niet op fietsen. We vragen om meer en dan opeens krijgen we alles: brood, jam, boter, kaas, cake en fruit. Dat is beter!

We lopen het steile pad van de boerderij weer af om bij de weg te komen. Dat is al zo intensief dat ons ontbijt meteen verteerd lijkt te zijn. De twee daaropvolgende uren zijn zo mogelijk nog intensiever. We wisten dat het nóg bergachtiger dan gister zou worden, maar niet dat het nóg steiler zou worden. Alsof dat nog niet zwaar genoeg is, hebben we ook nog eens keiharde tegenwind (oh en de omgeving is ook niet erg inspirerend). We fietsen twintig kilometer in twee uur en het huilen staat ons nader dan het lachen. Voor het eerst deze reis vinden we het allebei niet meer leuk: we zijn moe, het is te zwaar en we willen gewoon bij onze ouders zijn.

We realiseren ons dat dat niet kan en trappen heel rustig door. Na die eerste twintig kilometers worden de bergen beter begaanbaar, maar dan komen we in boerenland terecht. En boerenland wordt beschermd door honden. We fietsen voor ons leven als we voor de zoveelste keer achterna worden gezeten of worden opgewacht door drie, vier of soms wel vijf waakhonden. Zo gaat het in ieder geval wel wat sneller.

Vlak voordat we een stad binnenrijden vinden we een nieuwe Hansie de Hond. Hij is heel blij en rent lang met ons mee. De ringweg is alleen veel te druk en hij brengt zowel zichzelf als ons in gevaar. We stoppen bij een groentewinkel en de mensen daar zijn zo lief om hem vast te houden zodat we veilig door kunnen fietsen.

In de stad kopen we een heleboel eten en bereiden ons dan mentaal voor op de laatste berg van vandaag. De bergen zijn vreselijker dan we dachten, hier konden we ons niet op voorbereiden. De wegen lopen bijna verticaal omhoog én omlaag. Ze kennen hier duidelijk geen haarspeldbochten. Omdat het echt veel te steil is lopen we zelfs naar beneden. We willen niet meer, maar we zullen de andere kant toch ook echt weer op moeten. Futloos komen we bovenaan en daar zien we onze redding: een goede asfaltweg mét haarspeldbochten naar beneden. Als we de energie ervoor hadden gehad, hadden we gejuicht.

Onderaan de berg drinken we een welverdiende cola met lekker veel suikers en de pompbediende weet ons te vertellen dat de weg naar Benevento vlak is. Dat is nog eens een lekker vooruitzicht.

Eenmaal op de vlakke weg kunnen we aardig doorrijden. Het is bizar hoe je hoofd je voor de gek kan houden, want de intensieve bergen zijn we plotsklaps vergeten. Het voelt alsof we nooit hebben geklommen.

We doorkruisen Benevento en rijden over een drukke provinciale weg naar Massimo, onze Warmshowers-host. Hij woont op een rare plek, maar we komen er al gauw achter waarom. Zijn familie heeft namelijk een eigen busbedrijf. Aan zijn huis zit dus een enorme loods vol touringbussen.

We zijn heel moe na deze intensieve dag en Massimo is gelukkig zo attent om daar begrip voor te hebben. Terwijl hij ons laat uitrusten, prepareert hij het diner. Voor het eerst in Italië eten we geen Italiaans, maar Grieks.

Na het eten vallen we bijna in slaap, dus we gaan op tijd naar bed.

Dag 130: Benevento – Napoli

64 kilometer, 398 hoogtemeters

Zorgzaam als Massimo is staat het ontbijt al klaar als we wakker worden. We ontbijten samen met hem en nemen nog een laatste keer de route naar Napels door.

Deze rit zal een eitje zijn in vergelijking met gister, want het zal relatief vlak zijn. We rijden door kleine dorpjes, we doen boodschappen voor de lunch en we zoeken naar een plek voor een kop koffie.

Bij een koffiezaak langs de kant van de weg zwaait de eigenaar zo enthousiast naar ons, dat we stoppen en omkeren om bij hem een kop koffie te drinken. De eigenaar is zo enthousiast over onze reis dat we samen met hem op de foto moeten.

Na de koffie gaan we door en al gauw belanden we in de suburbs van Napels. Die zijn druk, chaotisch en een beetje gevaarlijk. Auto’s snijden ons af en de wegen zijn slecht. Voor een gesloten spoorwegovergang wachten we bijna een uur voordat er eindelijk een trein aankomt.

Als we aan de rand van de stad aankomen lijkt het wel alsof we in een computerspel belanden. Het is hier nog drukker, bestuurders kijken meer op hun telefoon dan op de weg en de algemene verkeersregels gelden hier niet. Voor de zekerheid trekken we onze gele hesjes aan (al weten we nu al dat geen Italiaan daardoor voorzichtiger gaat rijden). Stapvoets rijden we verder en uiteindelijk bereiken we leven en wel het stadscentrum.

Voor Castel Nuovo eten we onze lunch en dan lopen we naar het koninklijk paleis aan Piazza del Plebiscito waar we hebben afgesproken met Francesco, onze Warmshowers-host. Francesco komt aan op zijn vouwfiets en hij neemt ons meteen mee op een kleine stadstour. Behendig zigzagt hij door de kleine straten terwijl hij ondertussen van alles aan ons uitlegt.

Daarna neemt hij ons mee naar zijn huis – een prachtig appartement middenin de stad. We ontmoeten zijn vrouw Federica en zijn dochter Sara. Als we zijn opgefrist en uitgerust helpen we met koken: Napolitaanse pasta met ansjovis.

Tijdens het eten komen we al een heleboel te weten over de familie. Ze vertellen ons over hun fietsreizen en wij over de onze. Na het eten kijken we de film van hun fietsreis door IJsland en dan is het bedtijd.

Dag 131 – 133: Rustdagen in Napoli

De wekker gaat vroeg, want de familie heeft afspraken staan en we gaan samen met hen de deur uit. Daardoor lopen we al in alle vroegte door Napels heen en dat is geweldig. We lopen over de promenade langs de zee, we zien de zon rijzen en we drinken, als echte Italianen, staand onze koffie aan de bar.

We wandelen door de hele stad en dat doen we de dag erna ook. ‘s Avonds hebben we gezellige avonden met de familie. Ze leren ons veel over de Italiaanse keuken, over Napolitaanse gebruiken en over Francesco’s idolen Toto en Eduardo de Filipo. Wij koken ons favoriete maal voor hen: Indiase dahl van rode linzen.

Samen met Francesco beklimmen we de Vesuvius (22 kilometer, 1038 hoogtemeters). Eerst lopen we door de oude krater van een veel oudere vulkaan, we rennen naar beneden op steile hellingen van vulkaanstenen en we genieten van de bijzondere natuur en uitzichten. We zijn zo ongeveer de enige die deze wandeling helemaal vanaf beneden doen en het is dus heerlijk rustig.

Totdat we aankomen bij de ingang van het wandelpad naar de krater van de Vesuvius. De bussen rijden af en aan. We zijn heel nieuwsgierig naar de vulkaan, betalen entree en wandelen naar boven. De krater is enorm, echt heel indrukwekkend. Kleine rookpluimen stijgen op uit het gigantische gat. De eerste keer dat we een actieve vulkaan van dichtbij zien!

We wandelen terug naar de auto via een andere route en dan sjezen we Napoli weer in. Eenmaal “thuis” zijn we uitgeteld.

Dat was week 19!

Bedankt voor jullie traktaties, ze zijn heerlijk :-)

De afgelopen dagen hebben we onszelf enorm gepusht om door te blijven fietsen. Dat was erg zwaar, maar ook weer niet zo zwaar dat we niet meer konden genieten van de reis. Vooral het vooruitzicht van een kleine rustweek in Napels zorgde ervoor dat we het hebben volgehouden. Dat ons verblijf bij de familie van Francesco en Federica dan ook nog eens zo warm en vertrouwd voelt is extra fijn.

3 reacties

  1. Ik lees (nog steeds) jullie reis belevenissen. Wat me van bovenstaand verslag het meest is bijgebleven is: We willen gewoon bij onze ouders zijn……..
    Zo herkenbaar, dit had onze dochter deze week….ze is al bijna een jaar op reis…..kortom het hoort erbij!!!!! Bel met het thuisfront spreek elkaar moed in maar…….FIETS VOORAL DOOR!!!! Deze tijd komt misschien nooit weer!!! Heimwee van mensen waar je van houdt is normaal 😜. Nog een fijne tijd meiden!! Geniet van het mooie weer, wij hebben vandaag de camper gepoetst en gereed gemaakt voor de winterstalling 😢.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.